дракончик
Klein draakje by Elena Gunger
Werk in spiraalvorm; niet afhechten of draaien van het werk tenzij anders is vermeld.
Gebruik marker om het begin van een rij aan te duiden; elke rij opschuiven.
Hoofd, Nek en Lijf: →lichtgroen (we beginnen aan het achterhoofd) R 1: 2 lossen, 6 v in eerste lus of 6 v in magic ring (= 6 st)
R 2: 2 v in elke st. (= 12 st)
R 3: * v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 18 st)
R 4: * 2 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 24 st)
R 5: * 3 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 30 st)
R 6: * 4 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 36 st)
R 7-8: 36 v
R 9: 24 v, 12 st. overslaan (deze gebruiken we om de nek aan te haken) (= 24 st)
R 10-11: 24 v
R 12: * 3 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 30 st)
R 13: * 4 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 36 st)
R 14-17: 36 v
R 18: * 4 v, min* herhaal 6× (= 30 st)
R 19: * 3 v, min * herhaal 6× (= 24 st)
R 20: * 2 v, min * herhaal 6× (= 18 st)
R 21: * v, min * herhaal 6× (= 12 st)
→hoofd vullen met fiberfil
R 22: * min * herhaal 6× (= 6 st) →sluiten met hv, afhechten en laat de draad hangen. →Weef de draad door de laatste steken, aantrekken om het gat te dichten en fixeren.
( het hoofd is klaar en nu beginnen we aan de nek)
Nek: →aanhechten aan de overgeslagen 12 steken, onder het hoofd
R 1-3: 12 v
R 4: * v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 18 st)
R 5-7: 18 v
Lijf: R 8: * 2 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 24 st)
R 9: 24 v
ek vullen met fiberfil
R 10: * 3 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 30 st)
R 11: * 4 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 36 st)
R 12: * 5 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 42 st)
R 13-17: 42 v
R 18: * 5 v, min* herhaal 6× (= 36 st)
R 19: * 4 v, min* herhaal 6× (= 30 st)
R 20: * 3 v, min * herhaal 6× (= 24 st)
R 21: * 2 v, min * herhaal 6× (= 18 st)
→vullen met fiberfil
R 22: * v, min * herhaal 6× (= 12 st)
R 23: * min * herhaal 6× (= 6 st) →sluiten met hv, afhechten en laat de draad hangen.
→Weef de draad door de laatste steken, aantrekken om het gat te dichten en fixeren.
Benen (2×): →lichtgroen R 1: 2 lossen, 6 v in eerste lus of 6 v in magic ring (= 6 st)
R 2: 2 v in elke st. (= 12 st)
R 3: * v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 18 st)
R 4-5: 18 v
R 6: * v, min * herhaal 6× (= 12 st)
R 7-8: 12 v
R 9: * v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 18 st)
R 10-12: 18 v
R 13: * v, min * herhaal 6× (= 12 st)
→vullen met fiberfil
R 14: * min * herhaal 6× (= 6 st) →sluiten met hv, afhechten en laat de draad hangen.
→Weef de draad door de laatste steken, aantrekken om het gat te dichten en fixeren.
Staart: →lichtgroen (originele staart) R 1: 2 lossen, 6 v in eerste lus of 6 v in magic ring (= 6 st)
R 2: 6 v
R 3: 2 v in elke st. (= 12 st)
R 4-5: 12 v →sluiten met hv, afhechten en laat de draad hangen.
Langere Staart: →lichtgroen (deze staart werd gebruikt bij de purperen draak) R 1: 2 lossen, 6 v in eerste lus of 6 v in magic ring (= 6 st)
R 2: 6 v
R 3: 2 v in elke st. (= 12 st)
R 4-5: 12 v
R 6: * 5 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 2× (= 14 st)
R 7-8: 14 v
R 9: * 6 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 2× (= 16 st)
R 10-12: 16 v →sluiten met hv, afhechten en laat de draad hangen. Armen (2×): →lichtgroen R 1: 2 lossen, 6 v in eerste lus of 6 v in magic ring (= 6 st)
R 2: 2 v in elke st. (= 12 st)
R 3: 12 v
R 4: * min * herhaal 6× (= 6 st)
→handjes lichtjes vullen met fiberfil
R 5-8: 6 v →sluiten met hv, afhechten en laat de draad hangen.
→Weef de draad door de laatste steken, aantrekken om het gat te dichten en fixeren.
Vleugels (2×): →groen
R 1: 2 lossen, 6 v in eerste lus of 6 v in magic ring (= 6 st)
R 2: 2 v in elke st. (= 12 st)
R 3: * v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 18 st)
R 4: * 2 v, 2 v in de volgende st. * herhaal 6× (= 24 st) →sluiten met hv, afhechten en laat de draad hangen.
Oren(2×): →lichtgroen (of groen) R 1: 2 lossen, 6 v in eerste lus of 6 v in magic ring (= 6 st)
R 2: 2 v in elke st. (= 12 st) →NIET sluiten met hv, afhechten en laat de draad hangen. Neusgaten: →lichtgroen R 1: 2 lossen, 5 v in eerste lus of 5 v in magic ring (= 5 st)
→sluiten met hv, afhechten en laat de draad hangen.
Afwerking:
1. Naai de staart aan het achterlijf zo dat hij steun geeft.
2. Naai de benen aan het lijf.
3. Naai de armen aan het lijf, 13 R vanaf de bovenkant van het hoofd.
4. Naai het begin en het einde van R2 aaneen, naai dan de oren op het hoofd, tussen R7 en R8 vanaf de
bovenkant van het hoofd, 8 st. uiteen.
5. Naai de neusgaten op de snuit, 6 R vanaf de ogen.
6. Gebruik zwarte kraaltjes als ogen en naai ze met zwarte draad op het gezicht, tussen R11 en R12 vanaf de
bovenkant van het hoofd, 4 st. uiteen .
(Eventueel kan je eerst oogholtes trekken met een draad naar onderen.)
7. Vouw de vleugels dubbel en naai ze op de rand vast, naai ze daarna op de rug.
8. Markeer met een groene draad de MR, vanaf tussen de oren tot aan het puntje van de staart, met een klein
voorsteekje. Haak daarna de stekels op de rug : aanhechten met een vaste tussen de oren, *3 lossen, 2 hst in
de vlg R, 3 lossen, v in de vgl R* herhaal tot aan het einde van de staart.
of
Haak 19 picotjes ( 4 lossen, v in de eerste lus) en naai vast op het hoofd.
1.
2.